6-5-2005 | La Paz, hoofdstad nummer vijf van onze reis door Zuid-Amerika (hoewel Sucre de oficiele hoofdstad van Bolivia is) ligt op 3.700 meter. De klim gisteren vanuit Coroico wat op 1.200 meter in de Yungas ligt was dan ook zeer spectuaculair. In 65 kilometer ga je 3.500 meter omhoog naar de pas van La Cumbre die je naar La Paz voert. De weg staat in de reisgidsen beschreven als 'The Most Dangerous Road in The World' en je kunt er met de mountainbike vanaf. Vooraf kun je je hier geen voorstelling van maken dus met enige kriebels in de buik aan de rit begonnen. Bij de politiepost geinformeerd of ze nog tips hadden en toen bleek dat dit de enige weg in Zuid-Amerika is (op Suriname en Brits Guyana na) waar je links rijdt. En het stijgende verkeer heeft per definitie voorrang. Vooraf lijkt dit linksrijden vreemd maar het blijkt al snel erg logisch te zijn. De weg is soms slechts drie meter breed met hier en daar een verbreding. De chauffeur die daalt en die dus voor ons rechts rijdt, zit met zijn stuur dus aan de zijde van de afgrond en heeft dus meer controle en overzicht. Dit linksrijden wordt verbazend goed gerespecteerd (op een op hol geslagen toeriste op een fiets na) waardoor de rit eigenlijk best plezierig was. Onderweg verandert het landschap weer eens van tropisch groen naar droog en kaal.

Landschapsveranderingen zijn de laatste weken sowieso aan de orde van de dag. Vanuit Cochabamba wilden we binnendoor naar de Yungas, een sub-tropisch overgangsgebied tussen Andes en Amazone. Een mooie route uitgestippeld, via kleine dorpjes en zandwegen waar amper vervoer was. Helaas bleek de eerste dag na 4 1/2 uur rijden dat we niet verder konden. Onderweg hadden we wel wat signalen opgevangen dat sommige stukken lastig zouden worden, maar na het doorwaden van een diepe rivier dachten we dat we het ergste gehad hadden. Vijf kilometer verderop stond echter een bulldozer dwars over de weg en de machinist vertelde ons zonder een spier te vertrekken dat we rechtsomkeerd moesten maken. Verderop was de weg finaal weggespoeld. In de auto onstond tussen ons vieren een discussie hoe en of we dit hadden kunnen voorkomen. Hadden we niet specifiek genoeg gevraagd? Maar mensen aan wie je de weg vraagt kennen slechts de richting van het volgende dorp, hoe ver het is en of de weg begaanbaar is, dat is heel wat anders. Afijn, slikken en omdraaien om via de grote weg (Santa Cruz-Cochabamba-La Paz) ergens een slaapplek te vinden. Langs deze route was echter niets om te overnachten te vinden, wel hebben we ons verbaasd over het grote aantal honden. Met name bergop zat er om de honderd meter een hond, volledig alleen maar goed verzorgd. We snapten er niets van maar uit de reisgids bleek dat vrachtwagenchauffeurs om de honderd meter een offertje uit het raam gooien om de berggod tevreden te stellen. Aha...

Uiteindelijk om acht uur (helaas was het weer eens onvermijdelijk in het pikkedonker te rijden) in Oruro aangekomen, een stad midden op de hoogvlakte. De volgende dag met taart Juriaans verjaardag gevierd en toen nogmaals vertrokken richting Yungas, maar nu dus via een andere route. Het was zeer 'Weg van de Snelweg', iets dat bleek toen we in een dorpje op een markt belandden. Er onstond een ware volksoploop om die vier Gringos eens van dichtbij te bekijken. Tevens werden baby's en kinderen vol trots aan ons getoond. Angelique en Sandra besloten in de toekomst te kijken en hebben meteen maar een volledig Boliviaanse Indianen-outfit gekocht. Niet omdat we plannen hebben hier te blijven maar gewoon voor de carnaval. Op de markt ook gegeten waarbij ons uitzicht uit de tent werd belemmerd door nieuwsgierige dorpsbewoners. Tijdens de maaltijd nog net geen weddenschappen afgesloten wie het eerst op de WC zou zitten, maar alles is binnen gebleven. De buik gevuld, een ervaring rijker en weer verder.

De afgelopen week veel gereden, over wederom ruige wegen en dorpjes aangedaan waar het toerisme nog van de grond moet komen (als het al ooit van de grond gaat komen). Onderweg nog een fraaie poging tot geldaftroggelen door de politie meegemaakt. Bij een post op een provinciegrens was zoals zovaak een slagboom en moet je je melden bij de politie waarna allerlei gegevens in een boek worden geschreven. Dit keer werd er opeens ook om het Internationaal rijbewijs gevraagd. Ad terug naar de auto om dit te pakken. Toen moest het douane-formulier ook gehaald worden. En toen werd er om de tol-bonnetjes gevraagd. Hebbes! Van de zandweg die wij de afgelopen twee dagen hadden bereden konden wij geen bonnetje overleggen. Er was immers al ruim 200 kilometer geen peage-post geweest, dus ook geen bonnetje. Geen probleem volgens de agenten, we konden meteen 30 Boliviano´s (3 euro) betalen en alles was goed. Of we konden terugrijden. Uiteraard wilden we beide niet en ontstond een welles-nietes-spel. Uiteindelijk werd er achter op onze Orden de Translado getypt dat we in La Paz alsnog de achterstallige tol moesten betalen, maar toen we om namen en handtekeningen gingen vragen werden we gesommeerd snel door te rijden. Waarom zou dat zijn?

Via Chulumani in Coroico beland waar we vier dagen een paradijselijke Cabaņa hebben gehuurd. Even zelf koken, spelletjes doen en wijn drinken. Alleen voor een wandeling en PSV-AC Milan (geen commentaar) het terrein verlaten. Nu dus een dag of drie La Paz, daarna vertrekken we richting het Titicaca-meer en Peru.

Aangezien Juriaan en Sandra momenteel met ons meereizen en ook een site bijhouden kunnen jullie hier terecht voor hun versie: http://jursan.blogspot.com



In Cochabamba hebben we met Juriaan en Sandra aardig wat tijd besteed aan a-typisch Boliviaanse zaken zoals karten en bowlen.

Ook het bezoek aan de hotelsauna stond op het programma. Maar helaas, na een uur vernikkelen en loltrappen in het zwembad was het ding nog niet op temperatuur en was er ook nog geen idee van wanneer het wel warm zou worden.

Op zoek naar Inca-ruines, die weer eens onvindbaar bleken, maar eerst een broodje gegeten. De ruines overigens wel nog gevonden.

Plaatje langs de route.

Dorpsbeeld, de vrouwenhoeden zijn per streek anders.

De auto was er al doorheen, nu was het de beurt aan Sandra, Angelique en Juriaan om droog de overkant te halen.

Dit stond ons te wachten na de rivier. Ondanks de steile helling ging dit nog prima. Helaas stond om de hoek de bulldozer op de weg...

Met de baard ook de leeftijd van Christus.

Sfeerbeeld van de Altiplano, de hoogvlakte van Bolivia.

Kleurijke bedoeling op de markt van Tablachaca.

De kokkinnen en een deel van het publiek bij het eettentje in Tablachaca.

Angelique en Ad op 4.744 meter.

Op deze hoogte kom je bijna niets tegen, alleen wat kuddes Lama's, of zijn het Alpaca's?

Even rustig aan bij de cabaņa in Coroico.

Goeie bergwandeling gemaakt in Coroico. Viel vies tegen.

De dames zijn op 2.100 meter achtergebleven, waarop de heren zijn doorgestoten naar de top op bijna 2.500 meter. Viel heel vies tegen.

De wedstrijd PSV-AC Milan was alleen bij pizzeria Italia te bekijken. Dat was natuurlijk de goden verzoeken. Het beeld in Bolivia was ongeveer zo.

Met dit soort mannetjes met rode en groene vlaggen probeert men de Gevaarlijkste Weg van de Wereld wat veiliger te maken.

De weg is soms letterlijk in de rotsen en de jungle uitgehouwen.

En verdwijnt op zekere hoogte even in de wolken om er later boven uit te komen.

Onze hotelkamer in La Paz grenst aan de markt. Normaal laten Indianen-vrouwen zich niet fotograferen, maar deze kans laten we natuurlijk niet schieten.

Idem

De kerk van San Francisco in La Paz met de stad op de achtergrond. Het is erg indrukwekkend om te zien hoe de stad tegen de omliggende bergen is opgebouwd.
25-4-2005 | Nu in Cochabamba op 2700 meter. Vooraf waren we door Juriaan en Sandra gewaarschuwd voor de hoogte in Potosi en hadden van hen een zak coca gekregen om de eventuele hoogteziekte te bestrijden. Deze mijnstad heet namelijk de hoogste stad ter wereld te zijn, op ruim 4100 meter boven zeeniveau. Tijdens de rit van Sucre (2700 meter) naar Potosi kreeg Angelique knallende hoofdpijn en ging wat wazig zien, maar na een stuk of vijftien blaadjes coca in mond te hebben genomen trok dit alles weer weg. Een wondermiddel. Het verblijf in Potosi is een mooie test voor de komende tijd, waar we ook veel en langdurig op grote hoogte zullen zijn, met als klapstuk de Inca-trail waar we lopend een pas van 4200 meter over moeten. Beiden hadden we gelukkig weinig last, zelfs niet op 4560 meter, waar we twee uur gewandeld hebben.

Potosi is zoals gezegd een mijnstad, met een historie die teruggaat naar de 16e eeuw toen de Spanjaarden de eerste zilvermijn openden. Sinds die tijd is er niet veel veranderd wat betreft het werk in de mijn. Alles gaat nog met de hand, karretjes en pneumatische boren zijn een noviteit. Aan een van de 300 mijnen die er nog zijn hebben we een bezoek gebracht. Zeer indrukwekkend te zien onder welke omstandigheden er gewerkt wordt. Veel mijnwerkers beginnen al tussen hun achtste en negende in de mijn en de levensverwachting is niet veel hoger dan 35. Onder invloed van bijna pure alcohol (96%) en cocabladeren (enkele honderden per dag) probeert men de gassen, honger, uitputting en andere gevaren de baas te blijven. Volgens onze gids kunnen veel mijnwerkers niet meer bovengronds aarden, ze blijven dan ook tot hun dood in de mijn werken. Ook al komen ze in aanmerking voor een pensioen omdat hun longen al ernstig zijn aangepast. Veel toeristenbezoeken aan de mijnen worden als een 'aventura' verkocht, iets wat naar onze mening een belachelijke term is in dit geval. Het is geen avontuur in de mijn maar de bittere werkelijkheid.

Vlak voor vertrek uit Potosi kregen we berichten door dat er weer verschillende blokkades zouden zijn opgeworpen, juist de richting waar wij heen gingen. We wilden graag wat meer te weten komen over de situatie, maar dat was lastig. Zowel de krant, de Nederlandse ambassade, politie, bus- en vrachtwagenchauffeurs konden dit niet bevestigen of ontkennen. Op goed geluk dan maar. Onderweg veel mensen meegenomen. We kwamen op plekken waar nauwelijks openbaar openbaar vervoer was, de wegenkaart veel twijfels opleverde en we dus regelmatig de weg moesten vragen, zodat we meteen werden aangeklampt door bijna wanhopige mensen of ze aub mee mochten rijden naar het volgende dorp. Het leverde interessante gesprekken op met Indianenvrouwen, priesters, vaders, moeders en kinderen. Na de eerste hele dag over een zware weg vanuit Potosi wilden we onszelf belonen met een bezoek aan de thermische baden van Llallagua om te relaxen. Voordat we entree gingen betalen besloten we even om het hoekje te kijken en wat we zagen was een ongelooflijke puinhoop. Totaal vervallen en verschrikkelijk smerige boel. Dan maar een douche in het hotel.

Volgens de mensen in Llallagua zouden we de volgende dag maar vier uur hoeven te rijden naar het zeer afgelegen nationale park Toro Toro. Voor de zekerheid toch maar vroeg (8.30 uur) vertrokken want je weet maar nooit. En inderdaad, de berichten over de duur van de rit bleken onjuist en deze veranderden per lifter. De ene had het over acht uur, de ander over vier, de derde beweerde om vier uur 's middags dat het zeker nog wel zes uur rijden zou zijn. Enfin... een hotel kwamen we niet tegen dus de enige optie was doorrijden. Die dag hadden we al vier passen van bijna 4000 meter en eentje van 4415 meter (een flinke Zuid-Limburgse heuvel onder de Mont-Blanc, de hoogste berg van Europa) achter de kiezen zodat de moed ons langzaam in de schoenen begon te zakken. De route was overigens schitterend. Rauwe natuur, Indianendorpjes, diepe valleien doorsneden door woeste rivieren en dat allemaal over een twee meter breed karrespoor.

Om 17.15 kwamen we het eerste bord tegen. Volgens dit bord zou het nog maar 65 kilometer zijn, zo'n 2,5 a 3 uur. Aangezien het om zeven uur weliswaar pikkedonker is, besloten we het uurtje in het donker voor lief te nemen. Een verkeerde inschatting. De weg werd steeds slechter en wij vermoeider zodat na 50 kilometer een diepe greppel over het hoofd werd gezien. Een grote klap, na enkele meters gevolgd door een knappend geluid dat ons bekend voorkwam. We keken elkaar wanhopig aan en dit was juist. De bevestiging van de linker torsieas (van de vering) was weer geknapt, net als in Recife, maar dit keer niet voor een garage maar in de middle of nowhere. De Braziliaanse geimproviseerde onderdelen waren blijkbaar niet sterk genoeg voor de Boliviaanse wegen. Uit het niets verschenen kinderen die ons aanstaarden alsof we van Mars kwamen. Ze gingen er eens goed voor zitten om te kijken hoe die 'Gringos' dit dachten te gaan oplossen. Stapvoets doorgereden naar het eerstvolgende gehucht waar we navraag deden of er een monteur en onderdak was. In eerste instantie met norse blikken weggestuurd. We besloten dan maar de nacht in de auto door te brengen. We parkeerden op het plaatselijke trapveldje toen een Indianenfamilie aan kwam lopen. Ze hadden hun familie-avond even onderbroken om ons te melden dat het probleem morgen opgelost kon worden en we in hun woonkamer mochten slapen. Heerlijk geslapen, om zes uur wakker geworden met een mooie zonsopkomst. Ad met de man des huizes proberen de vering te maken, Angelique bleef thuis bij de vrouw en kinderen. Eerst heeft ze meegeholpen aardappels schillen, toen met de kinderen een berg beklommen en Engelse les gegeven.

Na vijf uur zwoegen aan de auto was het resultaat dat we in ieder geval naar de grote stad konden rijden. Er volgde een afscheid met cadeautjes: Hollandse lepeltjes en een Braziliaans beachball-set, waarschijnlijk het eerste in de gehele vallei. Vol goede moed begonnen we rond het middaguur stapvoets aan de tocht naar Cochabamba. Na nog geen vijf kilometer zonk de moed ons andermaal in de schoenen: het stuur draaide dol. Wat je ook deed, de auto ging rechtdoor. Het profiel van de bevestiging van de stuuras aan de stuurinrichting was totaal weggesleten. Eerst met een andere bout de boel proberen te maken maar toen dat geen resultaat opleverde maar weer eens besloten naar Chili, naar onze verzekering te bellen. (Pa en ma, wederom bedankt voor de satelliettelefoon) In eerste instantie meldde de verzekeraar dat ze geen contracten meer met Bolivia hadden en dat we het zelf maar moesten uitzoeken waarop Angelique fijntjes wist te melden dat Bolivia wel degelijk in onze polis is opgenomen. Na een half uur werden we teruggebeld met de mededeling dat er een sleepwagen onderweg was. Ondertussen had Ad met een ijzerdraadje de stuurinrichting zeer provisorisch weten te maken zodat we tenminste enige voortgang konden maken. Dit althans op de grindweg, zonder verkeer of wat dan ook. De gehele tocht over de grote weg naar Cochabamba durfden we niet aan. De sleepwagen bracht ons het laatste stuk, zodat we 's avonds om zeven uur uitgeput in de stad aankwamen: vies, hongerig en doodmoe.

Afijn, we zouden Juriaan en Sandra in Toro Toro treffen maar ook zij waren er met het openbaar vervoer niet in geslaagd het doel te bereiken. Zondag hun ontmoet in Cochabamba, eerder dan gepland en in een andere omgeving. De dag al etend en drinkend doorgebracht. De auto staat inmiddels bij een garage. Wij zijn vandaag per taxi op zoek geweest naar onderdelen, welke in de loop van de dag met de hand worden gemaakt en in de auto worden gemonteerd. Op ons verzoek wordt de achterophanging iets verhoogd, omdat de bumper wel erg vaak de grond raakt bij het passeren van een beekje. Klinkt heftig, maar van de reparatiekosten kun je in Nederland nog geen twee CD's kopen.

Morgen voetballen kijken waarna we met z'n viertjes verder zullen trekken. De richting is nog niet bekend, aangezien het weer en eventuele wegblokkades.

En dan vergeten wij nog bijna de oplossing van de puzzle van vorige week te vermelden: het was geen afgebroken stuurstang (helaas Bart, dat gebeurde pas later), ook hebben we geen stuur ingeruild voor schokbrekers (Toby & An) maar het is een foto van een Boliviaanse taxi, een zogenaamde Transformado. Dit zijn tweedehands auto's uit Japan en aangezien ze daar links rijden en het veel te duur en blijkbaar onnodig is een nieuw dashbord te kopen wordt alleen het stuur verplaatst.



Straatbeeld in Potosi, ooit de rijkste stad van Zuid-Amerika, met de Cerro Rico, de 'rijke berg', op de achtergrond. In deze berg zijn de meeste mijnen actief.

Een lama op de hoogvlakte boven Potosi.

Na ruim dertig jaar daalt er weer een Tummers af in een mijn. Opa Tummers was de laatste van de familie die ondergronds ging in de Zuid-Limburgse mijnen.

De mijn waarin wij afdaalden was vijfhonderd jaar oud. Een deel van de tunnelconstructie was nog door de Inca's gebouwd. Maar het grootste gedeelte zag er zo uit. Gaf vertrouwen...

Deze mijnwerker slijt zijn dagen ondergronds. De bobbel in zijn wang is de coca-bol.

Op handen en voeten moest er soms door de uiterst nauwe gangen gekropen worden om bij een werkplek te van een mijnwerker te komen.

Alle modernizering in de mijn wordt tegengehouden omdat dit ten koste gaat van de werkgelegenheid. Een uitzondering zijn de kiep-karretjes, maar deze worden wel met mankracht voortbewogen. Sommige wegen wel twee-en-een-halve ton en worden door vijf man geduwd en getrokken.

Een van de Indianendorpjes op de Altiplano, de hoogvlakte van Bolivia. Veel mensen spreken hier amper Spaans maar hun eigen Quechua of Aymara. Sommige lifters moesten met gebaren aangeven waar ze uit wilden stappen.

Impressie.

De tocht van Llallagua naar Toro Toro leidde over vele toppen en door even zovele dalen. Soms een verpletterend uitzicht.

Boeren aan het werk op hun stukje land. Soms zie je op de meest onmogelijke plekjes mensen gewassen verbouwen. Uiterst inefficient maar noodzakelijk voor velen om te overleven.

Bijna alle vervoer gaat in deze gebieden te paard, op de rug of per ezel. Een beetje stoffig beeld door de door ons opgewaaide stof.

Halverwege de dag hier maar een broodje gegeten. Hoe lang het nog zou duren wisten we al lang niet meer.

Enkele malen moesten we 800 tot 1000 meter dalen om een brug te nemen en dan aan de andere kant van het dal weer 1000 meter omhoog langs de bergwand. Soms waren er best spannende stukken bij. Gelukkig wisten we toen nog niet dat het stuur er bijna mee op ging houden...

Op vijftien kilometer van Toro Toro gestrand, maar het was nog steeds schitterend.

De kinderen van het gezin waar we zijn blijven slapen. Totaal niet verlegen, in tegenstelling tot hun moeder.

De door Angelique beklommen berg gaf een mooi uitzicht op aan de auto zwoegende Ad.

Deze foto is door de oudste dochter gemaakt nadat ze voor het eerste in haar leven een fototoestel in haar hand had.

De uiteindelijke oplossing voor de auto was een stuk hout geslagen tussen de ophanging. In het hele dorp was geen schroef te vinden die voldeed. Star maar het werkte.

Dit beeld komt trouwe lezers van de site bekend voor. Aangezien we de grote weg niet vertrouwden het zekere voor het onzekere genomen.
18-4-2005 | Net tijdens de maaltijd (lamavlees met cocathee toe) bedacht dat we gisteren, door de vermoeidheid, wel erg summier met tekst waren geweest. Vandaar deze aangevulde tekst.

Voor de vierde keer hebben we mensen uitgezwaaid, maandag zijn Angelique's ouders vertrokken naar la Paz om vervolgens een dag later door te vliegen naar huis. Ook dit keer liep niet alles volgens plan. Moesten Ad's ouders een dag later vertrekken, kwam Bart een dag te laat, hier was moterpech de oorzaak van een onbekende vertraging. Geen probleem volgens de vliegveldmedewerker: "Ga lekker eten, dan bel ik wel naar het restaurant als er meer bekend is". En zo geschiede. Op de valreep van een aangename lunch genoten om de leuke tijd in stijl af te sluiten.

Na Santa Cruz langzaam omhoog geklommen naar Samaipata, op 1600 meter. Omdat het zondag was, was er op veel plekken langs de weg markt. Dit zijn bonte schouwspelen doordat veel Indiaanse vrouwen nog hun kleurrijke kleding, lange zwarte vlechten en hoed dragen. We zijn best wel verbaasd hoeveel mensen nog in traditionele kleding lopen. En in tegenstelling tot Volendam is het hier echt niet voor de toeristen. Na zo'n vijftig kilometer gaat de weg omhoog, de Andes in. Dorpjes verdwijnen, net als het verkeer. In Samaipata terechtgekomen in een cabaņa van Duitse origine. Rare mix, maar wel gezellig. Er zat een haard in het huisje maar die wilde de eerste avond ondanks een halve liter parafine niet branden. Tot grote frustratie. Pas de tweede avond,met behulp van zelf gesprokkeld hout wilde het kreng branden. En toen was ie ook niet meer te stoppen. Ernstig verhit de koelte van de slaapkamers opgezocht. De volgende ochtend smeulde de haard nog.

Vandaag in Potosi aangekomen, nadat we een week in Sucre hebben gezeten. Tijdens de rit naar Cochabamba, vorige week, hadden we de plannen gewijzigd. In plaats van rustig naar Cochabamba te rijden besloten we naar Sucre en Potosi te gaan. De rit naar Sucre mondde uit in een helse tocht. Eerst over barre, stoffige wegen, tot we rond vijf uur voor een blokkade strandden. Gelukkig bleek het geen politieke blokkade maar waren het slechts wegwerkzaamheden. Om zes uur zou de weg open gaan. Dit werd echter zeven uur, en dan is het pikkedonker. De meewachtende vrachtwagenchauffeurs waren het hier duidelijk ook niet mee eens. Een waar concert van claxons laaide iedere tien minuten op. Zonder resultaat helaas. Ons was verzekerd dat vanaf de blokkade de weg prachtig zou zijn en we in anderhalf uur over een geasfalteerde weg naar Sucre zouden zoeven. De werkelijkheid bleek anders en soms levensgevaarlijk. Toen de slagboom open ging stoof een vrachtwagentje er als een safety-car bij Formule-1 vandoor. Deze moesten we maar volgen, hij zou de weg aangeven. Waarom dachten we, na deze brug was toch alles geasfalteerd? Niet dus: we moesten flink gas geven om het vrachtwagentje uberhaupt bij te houden. Gezien het feit dat er nog totaal geen asfalt, waaide achter het autootje een enorme stofwolk op. En dit zonder achterlichten. Na twee kilometer zigzaggend langs bouwputten, afgronden en wegwerkers moesten we het zelf doen. Vanaf nu was er echt asfalt tot Sucre. Echter, zo nu en dan was een bocht of brug nog niet klaar en dan moest je op goed geluk, bijna op de tast, de omweg te vinden. Menigmaal op en neer gereden naar het punt waar het asfalt weer begon.

Voor ons was het al een heftige rit, voor Marieke was het des te erger, aangezien ze flink ziek werd. Na een bezoek van een dokter bleek ze Samonella te hebben waardoor we besloten een paar dagen in Sucre te blijven, zodat zij kon herstellen. Eerlijk gezegd hadden we best wat vooroordelen over dit land, maar de gezondheidzorg functioneerde in ons geval geweldig. Een kundige dokter die op de minuut af op tijd was en een laborant die naar het hotel kwam om bloedproeven af te nemen. Inmiddels is Marieke weop zoekgegaan naar een goed doel. Op aanraden van de dokter zijn we bij een organisatie terecht gekomen. ´s Ochtends bij de directeur gezeten die uitleg over de projecten en werkwijze gaf. 's Middags een project, een jongens- en een meisjesinternaat, bezocht. Superenthousiaste mensen, we moesten meteen op de foto. Het internaat zag er naar onze mening goed uit. Zowel de meiden als de jongens slapen met zijn tweeen op een kamer. Er is een huiskamer, een bibliotheek, een studeerruimte met computers. Verder werken er alleen een coordinator en een kokkin. De rest, zoals boodschappen doen, menu vaststellen, schoonmaken en onderhoud, moeten ze zelf doen. Door dit bezoek een goed beeld gekregen van hoe zij werken en van de vertaalkunsten van Angelique. Wordt wellicht vervolgd.

Wat in Sucre opviel was het enorme gebedel door voornamelijk vrouwen (oud, of jong maar dan met kinderen) en het aantal jonge schoenpoetsertjes. In het begin heb je toch medelijden en probeer je op een fatsoenlijke manier nee te zeggen, maar na een paar dagen krijg je de werkwijze door. Voornamelijk de moeders met kinderen maken op een zeer grove manier gebruik van hun kroost. Moeder geeft een sissend teken als ze potentiele gevers ziet,waarna de zeer smerige uitziende kinderen meteen ophouden met spelen, prompt een zielig gezicht opzetten en naar de persoon toesprinten om geld te vragen. De oudere vrouwtjes kunnen ook in een tel een zeer zielig gezicht opzetten. Zij drukken dan hun hoed op bijna agressieve wijze onder je neus. De schoenpoetsers zijn erg oportunistisch. Al heb je sandalen aan of blinken je schoenen van verre, zoals Marin heeft ervaren, ze blijven volhouden dat ze nodig gepoetst moeten worden. Dit bovenstaande verhaal komt wat hard over maar je loopt met het dilemma rond of je het gebedel moet beantwoorden. Volgens de Bolivianen werk je het gebedel er alleen maar mee in hand. Bovendien zou het geld volgens hen meestal niet aan nuttige dingen besteed wordt. Een lastig probleem. Geadviseerd wordt dat als je iets wil doen, je met de mensen eten of kleding koopt. Waarop Ad met een schoenenpoetser bij de Chinees belandde.

En dan was er ook nog iemand jarig. Al bijna twee weken liepen de ouders van Angelique met een koffer vol cadeautjes te zeulen, nu was het dan eindelijk zover. Hoe ziek Marieke ook was, ze had 's ochtends vroeg al ballonnen zitten oppompen. Zo zat Ad als een klein kind tussen de ballonnen en pakjes en openmaken maar. Bedankt voor alle leuke dingen!! 's Middags was er ook nog voetbal. Krijg je normaal weinig mee van wat er in Europa speelt, opeens was er toch wat koorts. PSV kon in de halve finale van de Champions League komen. Onze Amerikaanse hotelburen dachten waarschijnlijk dat er oorlog was uitgebroken, maar het was een penalty-reeks. Enfin, jullie begrijpen, deze dag kon niet meer stuk en voor het eerst in lange tijd zijn we het cafe ingedoken om eens lekker door te zakken.

Dat de wereld klein is, en drank op 3000 meter hard aankomt, bleek een dag later. Juriaan en Sandra, twee Nederlandse vrienden die ook op reis zijn, doken ook in Sucre op. Via de email een afspraak gemaakt en met z'n zessen wat wezen eten. Leuk om hun reisverhalen en ervaringen te horen. Vanavond gaan we met z'n viertjes nog wat eten, daarna treffen we hun over een dag of tien weer in Cochabamba.



Ra, ra wat is hier aan de hand? Antwoorden kunnen in het gastenboek. Oplossing volgende keer.

De weg van Santa Cruz naar Samaipata brengt een mooie verandering met zich mee. Het landschap wordt naarmate je de Andes inrijdt steeds bergachtiger.

Bij Samaipata ligt een oud pre-Inka fort. Het is voornamelijk een grote rots waarin in grote lijnen hun tekens en tribunes te zien zijn. Eerlijk gezegd niet zo bijzonder als de boeken doen geloven maar het uitzicht en de weg er naar toe waren dat wel.

We hadden bedacht een dagje de benen te strekken. Na een wederom enerverende weg naar het Nationaal park Amboro gereden, maar lang naar het juiste pad lopen zoeken. Het werd ons allen uit het meegeleverde kaartje niet duidelijk waar het pad zou beginnen. Na op goed geluk een pad genomen te hebben bleek na een uur, aangekomen bij een uiterst armzalig boerderijtje dat we echt verkeerd zaten. Teruggelopen en eerst maar gaan picknicken. In Samaipata zit een aantal Duitse families en die bakken toch wel erg lekker brood en linzentaart.

Na de picknick alsnog het juiste pad genomen. Toen bleek waarom het park zo bijzonder was: een sprookjesbos met tot zes meter hoge reuzevarens en overal mos.

Het landschap wordt vanaf Samaipata naar Sucre gestaag droger. De dichte, groene tropische begroeing maakt plaats voor droge bosje en cactussen.

Langzaam zakte de zon achter de bergen, terwijl we stonden te wachten totdat de weg weer openging.

Hiep, hiep, hoera.

De spanning was ook 9000 km van het Philips-stadion te snijden.

Sucre is de officiele hoofdstad van Bolivia, vol prachtige koloniale architectuur.

Dit is de kathedraal, vlak naast ons hotel. Vaak voor een dichte deur gestaan maar op de valreep een blik naar binnen kunnen werpen.

Straten staan vol met verkopers van stekkers en rekenmachientjes tot typisch Boliviaanse kleden, maar dan speciaal voor toeristen.

En zo kom je elkaar in Sucre, precies zeven maanden na ons vertrek weer tegen.

He pap en mam, bedankt voor de leuke tijd en we zien elkaar al weer over vijf maanden.